Nederlandse Grondwet

grondwetDe Nederlandse Grondwet is een heel belangrijke wet. In deze wet staan alle rechten en plichten van de burgers en bestuurders van Nederland. Het eerste deel van de Grondwet gaat over de grondrechten van alle Nederlanders en het tweede deel over de staatsinstellingen en hoe deze dienen te functioneren. Een grondwet kan niet eenvoudig veranderd worden. Er geldt een andere en intensievere wetgevingsprocedure dan bij gewone wetten. De Grondwet is dan ook het fundament van de democratische rechtsstaat. Wijzigingen dienen uiterst nauwkeurig te worden afgewogen.

142 artikelen
De Nederlandse Grondwet beperkt zich tot een aantal hoofdregels. Deze hoofdregels zijn samengevat in 142 artikelen en laat de verdere uitwerking over aan de wetgever.

Grondrechten
In het eerste hoofdstuk van de Nederlandse Grondwet staan de rechten van alle Nederlandse inwoners: de grondrechten. Het gaat om mensenrechten en democratische rechten. Denk aan het verbod op discriminatie, de vrijheid van meningsuiting, de vrijheid van godsdienst en het recht op privacy. Ook sociale rechten, zoals recht op gezondheidszorg en huisvesting, zijn in het eerste hoofdstuk van de Nederlandse Grondwet opgenomen.

Een kort geschiedenis van het ontstaan van de Nederlandse Grondwet
De eerste Nederlandse Grondwet kwam in 1789 tot stand. Deze eerste Grondwet was eigenlijk nog maar een eerste opzet. In 1814 werd deze herzien en uitgebreid en pas echt belangrijk. Vanaf dat moment kregen burgers bijvoorbeeld het recht om zelf hun godsdienst te kiezen. Ook werd er een Staten-Generaal opgericht, waarmee de democratie vorm kreeg. Maar de besluiten van de Staten-Generaal werden pas bindend in 1848 toen staatsman Thorbecke in de Grondwet opnam dat niet de koning, maar de ministers de macht hebben. De alleenheerschappij van koningen was vanaf dat moment vergoed voorbij.

De basis van onze democratie
Met de wijzigingen in 1848 werd de basis voor onze democratie gelegd. De machtsverhoudingen die toen werden vastgelegd tussen de Koning, Staten-Generaal, provincies en gemeenten, bestaan nu nog steeds. Toen al mochten burgers zelf hun volksvertegenwoordiging kiezen. Maar dat gold in 1922 pas voor iedereen, toen konden ook vrouwen hun stemrecht gebruiken.

De Rijksoverheid legt in dit filmpje leuk en helder uit hoe de Nederlandse Grondwet precies tot stand kwam.