Zoeken


Inschrijven

Maak nu een gratis account aan. Vul uw e-mail adres in om de aanvraag te starten.

E-mailadres

Ga snel naar...

Index   Gw   BW1   BW2   BW3   BW4   BW5   BW6   BW7   BW7a   BW8   Rv   Sv   Sr   ...

Geschiedenis

Index   Gw   BW1   BW2   BW3   BW4   BW5   BW6   BW7   BW7a   BW8   Rv   Sv   Sr   ...
 

Wet op de jeugdzorg

Hoofdstuk III. De stichting die een bureau jeugdzorg in stand h

Artikel 7

1
Aan een besluit waarbij wordt vastgesteld of een cliënt is aangewezen op zorg als bedoeld in art. 5, 2e lid, ligt een aanvraag van een cliënt ten grondslag.
2
Indien de zorg betrekking heeft op een ander dan de aanvrager, behoeft de aanvraag de instemming van de cliënt waarop de aanvraag betrekking heeft.
3
Indien de aanvraag betrekking heeft op een minderjarige die jonger is dan twaalf jaren of ouder dan twaalf jaren en niet in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake, is niet de instemming van de minderjarige vereist, maar van diens wettelijke vertegenwoordiger.
4
Indien de aanvraag betrekking heeft op een minderjarige die leeftijd van twaalf maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, behoeft de aanvraag de instemming van de minderjarige en diens wettelijke vertegenwoordiger. Indien de wettelijke vertegenwoordiger weigert in te stemmen met de aanvraag, kan de stichting in afwijking van de eerste volzin, een besluit nemen indien de zorg voor de minderjarige noodzakelijk is en de minderjarige de zorg weloverwogen blijft wensen.
5
In afwijking van het tweede lid kan de stichting op een aanvraag van de wettelijke vertegenwoordiger van een minderjarige, die ouder is dan twaalf jaren, maar nog niet de leeftijd van zestien jaren heeft bereikt, en die weigert in te stemmen met de aanvraag, een besluit nemen, indien de zorg voor de minderjarige noodzakelijk is.
6
In afwijking van het eerste lid kan de stichting een besluit nemen zonder een aanvraag daartoe, indien:
a.
verlening van zorg noodzakelijk is ter uitvoering van de taken, bedoeld in art. 10, 1e lid, onder a t/m d;
b.
het besluit strekt tot een uithuisplaatsing in het kader van een ondertoezichtstelling als bedoeld in artikel 261 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek op verzoek van het openbaar ministerie of de raad voor de kinderbescherming.


Laatste update: 15-Jul-10 18:33